Home > Nieuws en Agenda > Nieuwsarchief > 170606 Norbert Peeters
Nieuwsarchief
06-06-2017

In gesprek met Norbert Peeters

Over treurbomen, slapende planeten en het seksuele leven van planten

Op welk punt sloeg je interesse voor filosofie om in die voor planten?
Tijdens mijn studie Wijsbegeerte heb ik mij voornamelijk bezig gehouden met de filosofie van de biologie en dan met name de gedragsbiologie van dieren. Pas tegen het einde van mijn studie begon ik ook oog te krijgen voor planten. Ik was toen al een aantal jaar student-assistent van de filosoof Wouter Oudemans. Naast zijn werkzaamheden als hoofddocent wijsgerige antropologie heeft hij in het Groningse Wedde tussen de aardappelvelden een landschapstuin aangelegd in Engelse stijl, gevuld met allerlei soorten treurbomen. Welnu, vanwege mijn achtergrond in de Archeologie kreeg ik de taak om de verschillende bomen in te meten. Tegelijkertijd raakten we steeds meer in gesprek over de wondere wereld van planten.

Is er nog een raakvlak tussen beide?
Hedendaagse filosofie laat het plantenrijk linksliggen. Hoewel er naast mensen inmiddels toenemende aandacht is voor dieren, spelen planten tweede viool. Dat is volkomen onterecht! Niet alleen besteden bijna alle bekende namen uit de canon van de filosofie aandacht aan planten ook de bijzondere ontdekkingen uit de botanie hebben implicaties voor de filosofie.

Kun je alvast een tipje van de sluier oplichten? Wat zal mensen verrassen?
Laat ik een voorbeeld geven. Sinds de oudheid bemerken natuurvorsers dat sommige planten met het invallen van de avond hun bladposities veranderen. De beroemde Zweedse botanicus heeft hier een prachtige verhandeling over geschreven met de titel Somnus plantarum (plantenslaap). Hij merkt dat de aanblik van een tuin ’s nachts compleet anders is. Veel bloemknoppen sluiten zich en bladeren vouwen zich op allerlei manieren op. Linnaeus legt een parallel met de slaap van dieren. Inmiddels is bekend dat zowel planten als dieren een biologische klok hebben die verantwoordelijk is voor dit (circadiaans) slaap- en waakritme en dat dit ritme evenals bij ons kan worden verstoord. Sterker nog, een plant kan ook last hebben van een jetlag. Deze gelijkenis laat zien dat heel ver terug in de evolutionaire ontstaansgeschiedenis van het leven mensen en planten een gemeenschappelijke voorouder hebben. Maar er zijn talloze voorbeelden van bijzondere gedragingen van planten. Steeds vaker lees je over de ondergrondse samenwerking tussen schimmels en plantenwortels, de communicatie tussen planten en andere bijzondere botanische wetenswaardigheden. Voor de filosoof betekent dat dat je anders moet gaan kijken naar planten en onze relatie tot planten.    

Zijn planten niet vreselijk saai?
Dat zou je denken! Planten lijken roerloos vastgenageld te staan aan de grond. Maar het tegendeel is waar. De meeste planten bewegen op een andere tijdschaal dan de onze. Dankzij timelapse-opnames kun je dat ook zien. Zodra je de tijd versnelt komt het groene decor plots tot leven en zie je hoe zij juist een rusteloos bestaan leiden. Dankzij de plantenfysiologie weten we ook dat planten niet doelloos bewegen, maar ook hun omgeving waarnemen. Hoewel ze duidelijke zintuiglijke organen ontberen, monitoren zij continue zowel boven- als ondergronds hun omgeving. Zo kan een plant naast het verschil tussen licht en donker ook de kleuren rood, blauw, ultraviolet en infrarood licht onderscheiden. Ondergronds zijn worteltoppen in staat om de richting van de zwaartekracht te detecteren, vochtconcentraties, warmte, voedingsstoffen en talloze andere omgevingsfactoren. En dat is slechts het topje van de ijsberg.

Wat is de rol van Darwin in de plantkunde? Waarom dus juist een cursus over zijn opvattingen?
Ieder van ons is bekend met deze beroemde Britse bioloog. Toch weet slechts een enkeling dat Darwin maar liefst een derde van zijn oeuvre aan planten wijdt. Zijn plantkundige onderzoek heeft een duidelijke stempel gedrukt op de botanie. Niet alleen benadert hij de plant vanuit een evolutionair perspectief maar hij doet bijzondere ontdekking. Zo is hij de eerste die verklaart hoe en waarom planten vlees eten. Daarnaast is hij de eerste die het idee van de bloemen en de bijen populariseert. Tot zijn tijd was het normaal om te denken dat planten zichzelf bestuiven. Darwin laat zien dat bloemen zijn afgestemd op bestuivers om zo vermenigvuldiging te bewerkstelligen. Het is eigenlijk bizar om te bedenken dat dit inzicht pas zo kort geleden bekendheid heeft gekregen. Om met Darwins vriend Asa Gray te spreken: ‘Darwin heeft ons nieuwe ogen gegeven om het plantenrijk waar te nemen.’ Met behulp van andere botanici opent hij onze ogen voor de complexiteit van de plant.

Aanmelden voor de cursus De Groene Darwin is mogelijk tot 20 juni 2017empty

© Copyright Vrije Universiteit Amsterdam

spamfuik@vu.nl